Ledenfeest


Andre - 5/12/2017

25 Jaar WAK


Andre - 5/12/2017

busreis naar Herinnes


Andre - 2/10/2017

Moezelweekend 9-10-11 juni 2017

Met 98 contente wakkers aan de Moesel
​Een meer dan geslaagd weekend!smiley
MaenhautM - 23/07/2017

Uit de pen van de co-voorzitter - editie juli/aug/sept 2017 2de St-Bavotocht

 

 OP STAP MET QUESTL
       
 
HANSJE EN GRIETJE
 
Vermomd als Hans en Grietje hebben we onze St-Bavotocht diverse keren geprospecteerd. Her en der lieten we een kruimeltje achter, maar ja die verdomde kauwen. Toen namen we onze toevlucht tot witte keitjes en die wegen echt door in die fietszakken. We waren echt middeleeuws bezig tot we in Oostende de 21ste eeuwse versie van Hans en Grietje ontdekten. Allemaal met de smartphone in aanslag, surfend van het ene “point of interest” naar het andere. Geen kruimels maar crumbs en qr-codes als de toegangspoort tot een schat aan informatie. Kortom een modern sprookje, maar degelijk georganiseerd door een jong bedrijfje” Questl”.
 
Natuur en geschiedenis, het zijn mijn 2 stokpaardjes en dat gecombineerd met de wandelsport. Een soort van heilige drievuldigheid, een kruisbestuiving, die vorig jaar resulteerde in de eerste St-Bavotocht. De boeiende historie, de verrassende natuurelementen en de industriële realiteit zijn de evenwaardige hoofdrolspelers in een decors van statige boerderijen, de 80-jarige oorlog (daar zijn die Spanjaarden), de betonnen kazematten van de Hollandstellung
(daar zijn die Duitsers weer), het kanaal Gent- Terneuzen (die Hollanders toch) en de bescheiden kerkjes en kapellen als de getuigen van eeuwen volksdevotie. De bisschoppen en de paus zijn hier ook nooit ver weg geweest.

Ik nodig u uit om met mij mee te gaan op ontdekkingstocht en voorzien van de nodige commentaar. Met 5 personen, 10 misschien of 20 à 25?Iedereen mag mee! Maar dan best voorzien van een smartphone.
 
Ik start een pilootproject met “a little help from my friends” en een jong bedrijf, Questl,
met name. Een 2-tal Questlwandelingen zijn reeds beschikbaar in Oostende. We gaan dus niet over één nacht ijs. Zij hebben de nodige kennis in huis om aan onze wandeltocht een element toe te voegen, namelijk mijn terreinkennis. U ziet een smalle doorgang in het gras, dat is misschien een wildspoor. Een kapel in Spanjeveer, hier haalde Bavo zijn kluizenaars-fratsen uit. Een idyllische waterloop, hier stond de Spaanse cavalerie in het water verscholen achter een rietkraag. Een molenromp, die vete tussen de burgemeester van Mendonk en een rijke Gentenaar. Die Gentenaar, rijk geworden met geconfisqueerde grond van de kerk in de Franse tijd, oei, daar is Napoleon. Een boerderij met middeleeuwse roots, met neerhof en hooghof. Welke zonden bedreef de heer van stand in het speelhof? Kneep hij de katjes in het donker?
De Sint-Bavotocht wordt een cultureel pretpark, boeiender dan Plopsaland en de Efteling te samen.
Hoe gaat alles in zijn werk?
Er zijn 13 points of interest langs het parcours uitgezet. Met de Questl-app kan u die informatie opladen
of  door middel van de plaatselijke qr-codes. Het is een beetje Efteling en geschiedenis onderweg, maar dan echt onderweg.
 
Méér info wordt door deskundigen aan de start verstrekt.
 
Ivan De Vliegher.
 
PS Zoals gezegd: aan de start staan deskundigen die je op weg helpen met de Questl-app. Dat neemt niet weg dat je ook al van tevoren de Questl-app op je telefoon kan installeren en de St-Bavotocht via de app op kan zoeken en downloaden.
De app is nu al beschikbaar. De wandeling zal 10 juli te downloaden zijn. En: eens de wandeling op je telefoon staat, kan je er gebruik van blijven maken. Bovendien: nu je toch de Questl-app hebt staan, kan je telkens je ergens heen gaat en wilt wandelen, via de app kijken of er extra informatie beschikbaar is.
 

MaenhautM - 19/07/2017

Medewerkers uitstap 9 april


Andre - 7/06/2017

Busreis Gooik 14 mei


Andre - 7/06/2017

Uit de pen van de co-voorzitter - editie april/mei/juni 2017 - WAK-tocht

DE WAKTOCHT WIPPELGEM - BESCHERMDE TOCHT 17 APRIL 2017
 
Onze beschermde tocht in Wippelgem is een jonge elegante dame van amper 25 jaar met een enorme sensuele aantrekkingskracht. Misschien net daarom is ze een beetje wispelturig en grillig maar daar ligt juist haar charme.
 
Tweede paasdag kan net zo goed half maart vallen of de derde week van april. Dus het ene jaar wandel je in warm lenteweertje maar het kan ook net zo goed sneeuwen en het kerkje van Wippelgem omtoveren in een idyllisch postkaartje. Vorig jaar had de dame last van streken, regenvlagen en rukwinden tot 80 km per uur waren ons deel.
U bent dus gewaarschuwd.
 
wippelgem kasteel.jpg
Het kasteel van Wippelgem of “ Domein ten Bosch” met een park in Engelse stijl is een opvallende trekpleister voor alle afstanden. De oudste vermelding dateert van 1375, sinds 2008 zijn de 27 hectaren eigendom van de gemeente Evergem. Trouwers, jubilarissen en andere feestvarkens zijn er welkome gasten. Hopelijk staan de kwetsbare tere boshyacinten in bloei. Ook voor de minder valide medemens is het park gedeeltelijk toegankelijk, bij slechte weersomstandigheden maken we een ommetje langs verharde wegen.

 45%20De%20Gerardsmolen%20in%20het%20lieflijke%20kleine%20Wippelgem.jpg

Ons parcours heeft ook een slag van de molen, de “Gerardsmolen” met name. Sinds 1645 valt er hier koren op de molen. De oude staakmolen werd in 1864 vervangen door het huidige stenen exemplaar. Bij windstilte werd een rosmolen gebruikt, tot een stoommachine zijn intrede deed. De 8, 12, 16, 20, 23 en
27 km kunnen genieten van dit stukje patrimonium. Maar opletten voor de slag van de molen en misschien uitkijken naar de dochter van de molenaar. Trouwen met de dochter van de molenaar staat reeds eeuwen bekend als een goede partij. Er bleef soms wat meel plakken tussen die stenen.
spaarbekken.jpg 
In de startplaats “ De Molen” (ook toevallig) en onze rustposten bieden wij uiteraard een blond of een bruin Augustijntje aan, maar voor de 20, 23 en 27 km hebben we een verrassing in petto, namelijk 11 miljoen kubieke meter water. Het spaarbekken van Kluizen concentreert oppervlaktewater uit een gebied van ongeveer 25000 hectaren. De VMW drinkwater voorziet noordoost-Vlaanderen van water met een dagproductie van 60 à 80000 kubieke meter. Water in zeer beperkte mate is ook te bekomen aan de afdeling koude dranken. Terroristen gelieven zich te onthouden. De wandelaars op de kleinere afstanden kunnen eventueel het spaarbekken bezoeken met de wagen.
De site is uitsluitend toegankelijk met een geldige inschrijfkaart.

grote zwier.jpg
Had ik het over een grillig vrouwspersoon? Het beeld van een lokale kunstenaar “
De Keyzer” is de perfecte personificatie van onze Paastocht. Met haar hoofd een beetje in de wolken, de armen zwierig omhoog, kortom een madam met “Grote Zwier” verwelkomt u op het rondpunt Droogte, Kramershoek en Moleneinde. Haar kledij heeft misschien weinig om het lijf maar met de kermis toont ze zich van haar mooiste kant met een beetje hulp van de buren. Op het parcours ontdekt u nog verschillende expressieve werken van dezelfde meester.
 
Als culinaire afsluiter zijn er de frietjes met stoofvlees en dat allemaal vers, vers, vers, dank zij de gewaardeerde medewerking van onze meesterslager.
 
En wij, de Wakmensen staan klaar op hun paasbest.
 
Ivan De Vliegher
Marina - 10/04/2017

Met de Wak naar Elmen 27 januari - 4 februari'17

Met 44 wakkere wakkers zijn we om 5u00 stipt vertrokken richting Oostenrijk voor een week sneeuwpret.
​We gaan er skiën, langlaufen of wandelen, kortom genieten van alles, het mooie weer (één dag regen) een Jägertee op tijd en stond of een warme choco met ... een stukje taart.. een forel! enz....
In de Kaiserkrone worden we elke dag culinair verwend met een uitgebreid ontbijt s'morgens en een 4- gangen menu + saladebuffet s'avonds.
De sneeuwschoenwandeling was zeker een schot in de roos!
Op donderdagavond was er muziek van "De Bängler Baum"​, sfeer en ambiante 10/10
​Het was een fantastische week; bedankt iedereen en tot een volgende keerwink

Andre - 14/03/2017

Nieuwjaarsreceptie 21 januari '17

Ongeveer zo'n 160 leden maakten hun opwachting op onze gesmaakte receptie.
​Het drankje en een hapje; koffie en een appelflap, dat smaakte goed; maar vooral de gezellige sfeer onder de aanwezigen zorgden voor een geslaagde avond met contente mensen!!
Tot ziens op onze andere activiteiten.
wink

Andre - 7/02/2017

Busreis naar Malle


Andre - 2/12/2016

Busreis naar Nieuwpoort


Andre - 1/12/2016

Foto's Ledenfeest 19 november'16


Marina - 30/11/2016

Busreis naar Schaffen


Marina - 30/11/2016

Uit de pen van de co-voorzitter - editie april/mei/juni 2016 - special over de komende St-Bavotocht

WANDELEN OVER 'T WATER
16 JULI 2016 - 1ste ST-BAVOTOCHT

Zoals in de “Walking” en een vorig artikel in ons Wakje, stappen we op 16 juli onze vernieuwde zomertocht. We bieden een brede waaier van afstanden aan namelijk, 6, 12, 15, 18, 24 en 30 kilometer en voor de sportieve stappers is een spectaculaire 42 mogelijk.
 
De 6 en de 12 blijven op de westelijke oever en onze rolstoel en buggystappers krijgen er een aangepast parcours te verwerken.
 
Vanaf de 15 kilometer is een volledig nieuwe omloop ontwikkeld en dit in een maagdelijk wandelgebied, namelijk langs de oostelijke oever van het kanaal Gent- Terneuzen. Amper een kilometer na de start nemen we de veerboot over het water om eerst een anderhalve kilometer te wandelen in een industrieel landschap, links bedrijven in volle actie, rechts de zeeschepen van overal ter wereld in het dok. We hebben het lef gehad om voor dit parcours te kiezen en wie goed kijkt kan ook hier een zekere schoonheid ontdekken. Bedenk ook dat velen onder ons in dit actieve
havengebied hun brood verdienen en een leven kunnen opbouwen.

 
Eenmaal onder de R4 door wordt u verrast door een kleine metamorfose. Iets wat alleen in sprookjes gebeurt, de lelijke agressieve boze heks verandert in een charmante bevallige fee. Het harde industriële maakt plaats voor een bucolisch landschap met een kronkelende Moervaart, grazend rundvee, foeragerende watervogels. We trekken richting Mendonk, de draaischijf in de zomertocht. Spanjeveer, een naam uit de Spaanse tijd (15e,16e eeuw) en de
80-jarige oorlog leidt ons naar de Bavokapel en verder naar de bailybrug die het vroegere veer vervangt.
We zijn er te gast in het clubhuis van WSV Mendonk, een prachtig uitzicht … een drankje en een boterham, zo eenvoudig kan genieten zijn.
 
De 15 en de 18 keren op hun stappen terug om over de brug naar het oude dorpje Mendonk (in 694 reeds vermeld als Medmedung) te gaan. De St-Baafskerk en de schandpaal schrijven er geschiedenis. De 18 vervoegt de 24 en de 30 in de Oostdonk, in de streek de Mendonkse dreef genoemd. Voor de 24 en de 30 volgt nu een spectaculair stuk verder langs de Moervaart met links en rechts alleen maar landbouw en natuur.
In de omgeving ligt het dorp St- Kruiswinkel. Er kan gerust worden in het café “ Onyva” beter bekend als het loze vissertje. De beide afstanden gaan rechts de brug over, de sportievelingen gaan links verder langs de Moervaart richting Moerbeke om via een lange lus terug te keren. De 24 slaat rechtsaf om via dreven, weiden en velden van de families Herman en Alexander de Mendonkse dreef te bereiken. Vlakbij bevindt zich “Het Groot Hof”, een historische hoeve met een lindeboom van 380 jaar oud aan de ingang. Hier hadden ook de opnames plaats van de Vlaamse film “The Broken Circle Breakdown.”
 

Vrijwel onmiddellijk verlaten we de Mendonkse dreef om natuurgebied in te duiken richting Zuidlede, een zuidelijke aftakking van de Moervaart. Het noordelijke stuk werd vroeger ook Noordlede genoemd. We komen boven water ter hoogte van de Puyenbrug op de provinciale baan om amper 50 meter verder terug het veld in te duiken. We zijn op grondgebied Zaffelare, deelgemeente van Lochristi. Meteen worden we geconfronteerd met de Gentse sierteelt. Via onverharde dreven en een oversteek van het “Vaardeken, een oude havenarm naar de Zaffelaarse haven, komen we tot rust op het melkveebedrijf van Peter en Tineke, boerderij “De Hamer”.  De naam verwijst naar een oude verdwenen hoeve vlak in de buurt en wijst op een oud boerengeslacht “Dhaemer”.Men doet hier méér dan koeien melken. Tineke organiseert workshops voor het maken van yoghurt en roomijs. Het ijs kan hier ook geproefd worden.
  
Lange dreven voeren ons verder naar het “Rozengoed” een historische boerderij met een lange geschiedenis in de ontginning van het gebied. De oude inrijpoort is nog intact en deels is ook nog de omwalling aanwezig. Boven de deur is het wapenschild zichtbaar. Buiten de wallen staat een hypermodern melkveebedrijf.
 
We kruisen een drukke baan en gaan richting bedrijf Van Hecke. Links van de boerderij ligt een prachtig kasteeldomein (18 ha) maar wij draaien rechtsaf richting Mendonk om over de bailybrug  onze vrienden van WSV Mendonk te vervoegen. Na rust hebben nog 5 km en een overvaart voor de boeg.

 
De 12 en de 30 vormen samen een spectaculaire en gevarieerde marathon. Een 42 kilometer die zijn plaats verdient tussen vele andere en de moeite waard is om de Vlaamse Ardennen eens links te laten liggen.
 
WARME OPROEP: 
Vrienden wandelaars - de 18, 24 en de 30, 42 zijn mijn sterwandelingen in dit prachtige waterland en natuurlijk dragen ze de stempel van de parcoursmeester, boeren, natuur, historie en misschien een beetje modder.
 
Brengt dan ook het nodige respect op voor dit prachtig landschap en deponeer uw afval in de rustposten. Een verloren blikje kan de dood van een koe betekenen.
 
RESPECT, RESPECT, RESPECT.
 
Ivan De Vliegher
 

Marina - 18/05/2016

Uit de pen van de co-voorzitter - editie jan/febr/maart 2016

 
 KERSTMISBLUES
 

De sparren staan er wat mistroostig bij, het bospad is modderig en een opeenvolging van plassen. Voor Celeste, een jonge bruine Labrador is dit een paradijs. Ze springt als gek in de modderbrij en wentelt zich dan in de dorre bladeren. Bij de thuiskomst zal dweil en handdoek onontbeerlijk zijn. Ik sla er geen acht op, achteloos loop ik verder en mijmerend bekijk ik de wereld.
 
De natuur contrasteert sterk met de artificiële sfeer in dorpen en steden. Veel glitter, nepsneeuw, kerstballen in schelle kleuren, opdringerige neon, de geur van friet en oliebollen, plastieken kitsch, opgeklopte lucht, namaak, made in China.
 
Het echte kerstverhaal, wie kent dat nog, bedenk ik. Het verhaal van twee vertwijfelde jonge mensen op de dool. Zij in verwachting, loopt op alle dagen. Maar de herbergen blijven gesloten, nergens welkom, geen asiel. Een schamele stal is alles wat rest. Geboren worden tussen de beesten in de koude nacht. Het staat mijlen ver van het idyllisch beeld tussen ezel en os, tussen herders en schaapjes, met koningen op bezoek.
 

Vandaag worden we geconfronteerd met de echte dramatiek van het kerstverhaal. Duizenden, honderdduizenden mensen op de dool. Geen herberg, geen stal, ten hoogste een voddentent met zicht op de prikkeldraad van het fort Europa. De wanhoop, de vertwijfeling, de uitzichtloosheid staat te lezen op de vermoeide gezichten. Honger, oorlog, uitbuiting, koning Herodes is nog in vele gedaanten aanwezig. De aangespoelde kleuter, Aylan, beroert de grote massa voor even. Voor de rest reageren we als de blanke bange man. De aanslag in Parijs brengt paniek teweeg, we laten onze vrijheid inperken, laten de staat de burgers controleren. In een beschaafde democratie moet de burger
nochtans de staat controleren bedenk ik. Onze moeizaam verworven burgerrechten stellen we in vraag, zo maar. Het groeiend nationalisme stelt zelfs de Europese Unie in vraag, dit na 70 jaar vrede. Waar blijven onze politici met moed en een langetermijnvisie?
 
Celeste springt  op de achterbank, schudt zich even, het interieur ligt er gespikkeld bij.
Na de boswandeling rij ik naar moeder, een vrouw van negentig en 45 jaar de baas op de boerderij. Ze woont nog zelfstandig en is intellectueel nog zeer goed bij de pinken. Een paar voormiddagen krijgt ze hulp in het huishouden. Vandaag is Kaima, een vrolijke Afrikaanse spring in veld, van dienst. Als ik het huis binnen kom rolt haar schaterlach als een klaterende waterval naar me toe. Ontroerend hoe die twee totaal verschillende vrouwen het toch met mekaar kunnen vinden. Moeder met haar Vlaamse roots en Kaima balancerend op twee culturen. Op haar twaalfde kwam ze van Kameroen hier studeren. Eerst de humaniora en dan geschiedenis aan de universiteit, maar werk vinden op haar niveau blijkt moeilijk. Ze is vrouw, heeft een kleurtje, haar Engels is beter dan haar Nederlands en op een historica zit men blijkbaar niet te wachten.
Ze werkt dus in de sociale sector.
 
 

Ik drink mijn borrel en lees de krant terwijl de twee dames in de keuken bezig zijn. De krantenkoppen spreken over vluchtelingen, angst en onheil, dat verkoopt het best. Zo laat de politiek de burgers ook braafjes in de pas lopen. Maar hier op die oude boerderij krijgt die anonieme naamloze massa op de dool plots een gezicht. Het individu, de persoonlijkheid van Kaima genereert een empathie die de klatergouden kerstsfeer ver overstijgt. De oude wijze boerin en een jonge Afrikaanse spelen hier een hedendaags kerstverhaal.
 
Ivan De Vliegher
 

Marina - 18/05/2016

Uit de pen van de voorzitter - editie nov/dec 2015

ZWIJGEN EN ETEN 

Ik rij op een donkere zondagochtend naar Sleidinge, de start van de busreis naar Heusden-Zolder. Een gevoel van onrust overvalt mij, heb ik wel het winteruur juist ingesteld want ik kom hier zo weinig volk tegen op straat.
Bij de bakker, ook een vroege vogel, komt de verlossing, het is halfzeven. Oef! Vlug vier piccolo’s besteld en terug op weg. Ja boterhammen durf ik niet meer meenemen sinds onze voorzitter daar tekst en uitleg over gegeven heeft. Er zit toch wel een grond van waarheid in.
 
Het reisgezelschap telt 56 koppen en de bus zet aan stipt om zeven uur wintertijd. Ik heb mij achteraan geïnstalleerd in het midden en kan mijn lange achterpoten volledig strekken. André, als organisator, verwelkomt en bespreekt het programma tot op de minuut zoals we dat van hem gewend zijn. Plots word ik uit mijn comfortzone gehaald als onze reisleider aankondigt dat ik wel zal zorgen voor een historische schets van Limburg. Ik heb niets voorbereid, mijn bril ligt nog thuis op de keukentafel en ik heb al eens een verhaal verteld over onze oostelijke provincie. Welke nieuwe invalshoek kan ik bedenken om niet in herhaling te vervallen? De socio-economische geschiedenis van de afgelopen eeuw, doorspekt met wat ludieke anekdotes want het mag niet te zwaarwichtig worden, lijkt mij het meest logische.
 
Honderd jaar terug was Limburg een landbouwgebied met twee snelheden. In het noorden was er kleinschalige landbouw en veeteelt op de lichte zandgronden en de zure heidebodem. In het zuiden daarentegen was er op de rijke leemgronden van Haspengouw de grootschalige teelt van suikerbiet en tarwe. De statige vierkantshoeves zijn hier nog de stille getuigen van. Maar dan volgt er een omwenteling, men vindt ontginbare steenkooladers in de ondergrond en begin jaren twintig start de exploitatie.
Het is het einde van een agrarische samenleving en de start van de industriële maatschappij. Zeventig jaar lang zou men hier steenkool boven halen. Gelukkig blijft het niet beperkt tot deze activiteit. Het Albertkanaal brengt andere sectoren naar Limburg (chemie, metallurgie) en in de zestiger jaren zal o.a. Ford Genk een belangrijke groeipool voor de provincie betekenen. Twee migratiegolven, Spanjaarden, Italianen en Turken, Marokkanen geven Limburg een kosmopolitische uitstraling. Vandaag staan de Limburgers voor een nieuwe uitdaging. Zal het hen opnieuw lukken? Ik denk het wel, vooral hun nuchterheid en nononsens-mentaliteit zal hierbij een hulp zijn.
 

Nuchterheid, we rijden naar Heusden-Zolder, een fusie tussen, jawel, Heusden en Zolder. Mechelen aan de Maas en een paar kleinere dorpen wordt gewoon Maasmechelen. Als bezoeker word ik hier altijd verrast door de gekke dorpsnamen, zoals Vrolingen, Genoelselderen, Jeuk, Veulen, Hex, Heers en als klap op de vuurpijl, Kuttekoven.
Ik heb er jaren werkzaam geweest en het eerste dorp is “Ham”, zo werd ik telkens attent gemaakt op mijn vak in de vleesindustrie.
Aan die provinciegrens net na het Nike-verdeelcentrum staat een paneel met de
tekst ”De Limburgers heten u welkom”, en dat typeert hen misschien nog het meest.
 

Ja, we zijn dan toch nog aangekomen in de startzaal en we starten hoopvol de wandeling. Een mooie eerste 5 kilometer, een minder tussenstuk maar gelukkig een boeiende finale. Een pittoresk kerkje trekt op het einde onze aandacht, het blijkt de Kluis van Bolderberg te zijn. Mijn wandelcompagnie, Nicole, Jozef en Denis piepen eens binnen, de stilte is oorverdovend. Onzen André heeft hier de vespers gezongen naar ’t schijnt.
Volgens lokale informatie woont er ook nog een kluizenaar, niet te verwarren met een inwoner van Kluizen.Hoewel misschien een idee voor een volgend stukje, een kluizenaar uit Kluizen.
 
Na mijn zedige striptease aan de bus vertrekken we stipt om 15h00 naar “afrit26bis” een ontdekking zo blijkt van onze voorzitter. We worden er vergast op cava met hapjes om dan te genieten van heerlijke kippensoep, er is zelfs een driedelig dessert voorzien en men schenkt er Augustijn. Maar het hoofdgerecht trekt de meeste aandacht.
Waar zit de kippenoester bij een kip? Diverse theorieën doen de ronde en Christin mijn charmante tafelgenote overstelpt mij met vragen. Nu, ik ben ook maar een hobbykok, ken ook niet alle antwoorden en mijn kieken wordt ondertussen koud. Ik antwoord dan maar laconiek: ”Zwijgen en eten”.
 
 
Ivan De Vliegher
Marina - 18/05/2016

Uit de pen van de co-voorzitter - editie sept/okt 2015

HET KASTEEL VAN BORNEM 
  
 
 
Onze moedige dodentochtstappers hebben het in de verte zien staan in volle glorie langs de oude zijarm van de Schelde maar hun gedachten waren allicht op een volledig ander terrein gefocust.
Hier stond in de vroege middeleeuwen een burcht als bescherming tegen de Noormannen. Tijdens de tachtigjarige oorlog (1568-1648) werd het volledig leeggeroofd en verwoest door de Spaanse bezettingstroepen. Een rijke Spaanse edelman, Pedro Coloma, die met de Spaanse troepen onder bevel van Alexander Farnese (graaf van Parma) naar de Nederlanden was afgereisd kocht het landgoed omstreeks 1587. Hij liet het kasteel herbouwen. Op een andere site in Bornem werd een klooster opgetrokken waar verbannen Engelse Dominicanen vanaf 1658 verbleven en er instonden voor onderwijs. In 1833 is op deze site de huidige St-Bernardusabdij gevestigd, ook een zeer herkenbare plek voor onze Bornemveteranen. Ook het Sas met het gelijknamig café is een bouwwerk van Pedro Coloma en wordt beschouwd als één van de oudste waterbouw-werken in de Nederlanden. Het zorgde voor een constant waterpeil op de oude Schelde-arm en dus in de Bornemse haven.
 
In 1658 werd het Land van Bornem door Filips IV, koning van Spanje, tot graafschap verheven. Jean-François Coloma, de kleinzoon van Pedro werd dus de eerste graaf van Bornem. Zijn grootvader was dus Pedro heer van Bobadilla en ook baron van Bornem.
Het kasteel draagt ook de naam “ Kasteel de Marnix de Sainte- Aldegonde.” En doet ons onvermijdelijk denken aan Filips van Marnix van Aldegonde, burgemeester van Antwerpen tijdens het beleg van de stad. Die befaamde Filips’ was diplomaat, schrijver, geleerde onder Willem van Oranje en men vermoedt dat hij het “Wilhelmus” heeft geschreven. Er zijn daar echter grote twijfels over.
 
In elk geval heeft hij nooit in het kasteel gewoond want de familie kreeg dit maar in bezit in 1773, zo’n 16 jaar voor de Franse revolutie (1789) en 188 jaar na de val van Antwerpen.
Het waren barre oorlogstijden die ook het kasteel niet spaarden en graaf Karel de Marnix vluchtte naar Nederland om aan die bewogen Franse revolutie te ontsnappen. In 1799, de Franse tijd, werd het domein verbeurd verklaard en openbaar verkocht in Antwerpen. Pas in 1802 (onder Napoleon) kocht Karel het kasteel en een deel van het domein terug en werd burgemeester van Bornem in 1832. Graaf Ferdinant Jozef liet het kasteel slopen en een nieuw opbouwen in 1880 in neogotische stijl.
 
Tot vandaag is het domein in handen van de familie “de Marnix” en sinds 24 april 1881 mag men ook de naam  “de Sainte Aldegonde” voeren.
Vandaag is het kasteel te bezoeken op afspraak of op 4 zondagen in augustus en september.
Voor de liefhebbers is er een collectie schilderijen van Margaretha van Oostenrijk, Karel V en Filips II en gravures van Pieter Breughel de Oude.
Een koetsenmuseum, een kantkamer en een collectie oude poppen vervolledigen het aanbod.
 
De moeite waard!
Alleen ... als je daar als wandelaar op de 100 km passeert met een kwaaltje hier en een blaartje daar, dan heb je er niet direct een boodschap aan…
 
Ivan De Vliegher
 

Marina - 3/09/2015

Uit de pen van de co-voorzitter - editie juli/aug 2015

 


DE SINT-BAVO TOCHT 
  
Niet dat onze club op bedevaart trekt of dat we een slag van ’t wijwater hebben gekregen, men zou van minder met Augustijnentocht en nu Bavotocht, maar een nieuw initiatief staat in de steigers voor het wandeljaar 2016.
 

Onze zomerse midweektocht raakt meer en meer gekneld tussen de nieuwe haveninfrastructuur en de industriële activiteiten. Het brengt werk en welvaart voor de streek maar het wordt er niet eenvoudiger op om een gevarieerd parcours uit te stippelen. Daarom hebben we geprobeerd om out of the box te denken en een nieuwe impuls te geven aan onze zomertocht.
  
Eerst en vooral verschuift de tocht naar de zaterdag omdat met dezelfde inspanningen een grotere opkomst kan gerealiseerd worden.
Voor 2016 wordt dat 16 juli.
 

De startplaats blijft in Doornzele en dus ook de link met Evergem. Maar we nemen de boot en steken het kanaal over om na ongeveer anderhalve kilometer industrie langs het Moervaartdok, uiteindelijk het stroomgebied van de Moervaart en Zuidlede te ontdekken. Hier zijn landbouw en natuur nog heer en meester. Lange bomenrijen, meanderende oevers, laaggelegen meersen, statige oude en nieuwe boerderijen, een glimp van de Gentse bloemenstreek, kortom een gevarieerd palet van natuur en cultuur kan hier de wandelaar bekoren. En verrassend misschien, het Provinciaal domein hebben we daarvoor niet nodig.
 
Het kleine dorpje Mendonk passeert zeker de revue en op een van die kleine landelijke wegen staat er een kapel gewijd aan Sint-Bavo. Die brave man, geboren in 589 ergens in Haspengouw als zoon van Pepijn van Landen,
leefde als kluizenaar aan de rand van het dorp.
 

  
Hij was van adel en wordt meestal afgebeeld als ridder met zwaard en valk, daarom ook is hij de patroonheilige van de valkeniers. Maar zoals veel middeleeuwse heiligen leefde hij eerst een liederlijk, decadent en zondig leven. Men vertelt dat hij zelfs dienstpersoneel als slaaf verkocht. Tot op de dag dat zijn vrouw sterft en tot bezinning komt.
Dat is te mooi uitgedrukt want door de confrontatie met de sterfelijkheid zal de schrik hem om het hart geslagen zijn.
 
Het contact met de heilige Amandus, de stichter van de Ganda abdij en later Sint-Baafs, brengt hem in Gent en later als kluizenaar vermoedelijk in Mendonk. Hij leeft er in een holle boom, slaapt op een stenen hoofdkussen en nog een serie van die masochistische fratsen. Hij wordt ziek en sterft met vreselijke pijnen op 1oktober 654.


De eerste zondag van oktober worden er dan ook bedevaarten georganiseerd en het zou werken tegen kinkhoest, long- en keelontstekingen. Begin oktober spreekt men van “Bamis”, dit is een samentrekking van “Bavo-mis”. Bamisweer is een mooie uitdrukking voor winderig, regenachtig weer en Bamispacht moest betaald worden op 1 oktober.

Ik vind de naamsverandering naar “Bavotocht” dus cultuurhistorisch verantwoord.
Het verwijst rechtstreeks naar Mendonk en ook naar Gent met haar Sint-Baafs kathedraal met het “Lam Gods”.
 
De komende weken worden de krijtlijnen uitgetekend. Gezien onze club voor het eerst in haar geschiedenis mijn geboortestreek zal aandoen betekent dit voor mezelf een extra motivatie.
 
En nu maar hopen dat het geen “Bamisweer” wordt.
 
 
Ivan De Vliegher
Marina - 3/09/2015

Uit de pen van de co-voorzitter - editie mei/juni 2015

 
HISTORIE EN OUDE LIEFDE  
 

Bij toeval, alhoewel ik in toeval niet geloof zat ik op café ” ‘t Oud Liefken”, Stoktevijver in Zomergem.
Mijn ongebreidelde fantasie kwam tot leven en ik dacht aan amoureuze avonturen die zich hier moeten hebben afgespeeld. Ik zat er vierkant naast, misschien omdat in mijn nabije vriendenkring er wel degelijk in het cafeetje een romance is ontstaan. Het bleek echter dat de groot uitgevallen gracht vlakbij, in de volksmond “t’Liefken” genaamd en die wat verderop uitmondt in het Schipdonkkanaal. aan de oorsprong lag. Mijn nieuwsgierigheid werd er niet kleiner op.
  
De waterhuishouding in onze streek is in de loop der eeuwen soms drastisch veranderd. Er was de nabijheid van de Zeeschelde, of De Honte. Met de Elizabethvloed in 1404 die de zee wel heel dichtbij bracht ontstond een binnenmeer de ”Braakman”. Die reikte tot Zelzate, de Vrijestraat in Assenede was de enige droge oversteek van Oost naar West Zeeuws-Vlaanderen. De Graaf Jansdijk werd aangelegd om al dat natuurgeweld in te dijken. De Durme drong diep tot in Vlaanderen door (Tielt, Aalter). Vandaag spreken we van de Poekebeek, de Boven Kale, de Beneden Kale, de Moervaart (voorheen de Noordlede naar analogie met de Zuidlede) om dan uiteindelijk in Daknam zijn oorspronkelijke naam te behouden en uit te monden in de Schelde ter hoogte van Tielrode.
 
Etymologisch vinden we nog namen terug die verwijzen naar de Durme. Durmen in Zomergem bijvoorbeeld. De scheepvaart was hier dan ook sterk aanwezig. De zeehavens Brugge en Damme, maar ook een binnenhaven zoals Gent was een economische motor van de streek. De Gentse haven aan de Graslei en de Koornlei was bijna van dezelfde omvang als Parijs in die tijd.
 
De Gentenaars hebben altijd gezocht naar een korte snelle verbinding met de zee
om de omweg via Antwerpen te vermijden. In 1251 start men de graafwerken van de Lieve, een rechtstreekse waterweg naar het Zwin. Het was het eerste kunstmatige kanaal in Vlaanderen. De werken waren zeker niet eenvoudig en men maakte indien mogelijk gebruik van bestaande beddingen van natuurlijke rivieren. De graafwerken duurden tot 1269. Het kanaal liet vaartuigen toe van maximaal 4,5 meter lengte, 2,4 m breedte en een diepgang van 90 cm. Om het waterpeil op niveau te houden en het hoogteverschil tussen Gent en het Zwin te overbruggen bouwde men dammen. De schepen werden ofwel over land versleept of overgeplaatst met kranen. Deze waterbouwkundige werken werden “rabot” genoemd, een verbastering van het Franse “rabattre” wat ophalen van balken betekent. Het Rabot in Gent lag op kruising van de vesten en de Lieve en was een militaire bescherming van de stad en de haven. Ongeveer 200 jaar heeft de stad Gent economisch nut gehad van de Lieve, vooral voor zijn intensieve handel met Engeland (wol, linnen). Met de verzanding van het Zwin bleef de Lieve vooral lokaal belangrijk, tot zelfs begin 20ste eeuw met o.a. het beertransport vanuit Gent. De “Beirtjesbrug heeft zijn naam niet gestolen.
 
 

De Gentenaars bleven niet bij de pakken zitten en onder het bewind van Keizer Karel V werd de “Sassevaart”(1547) gegraven aansluitend op de Braakman ter hoogte van Sas van Gent. De tachtigjarige oorlog (1568-1648) waardoor Sas van Gent bij de Noordelijke Provinciën werd ingelijfd was echter spelbreker. De voorloper van het kanaal Gent-Terneuzen heeft dus geen economisch nut gehad en het was wachten op Willem I om in de twintiger jaren van de 19e eeuw het kanaal door te steken tot Terneuzen.
 
Vandaag heeft de Lieve vooral een toeristische en natuurkundige waarde. Je vindt er nog fragmenten van terug in Gent, Evergem, Waarschoot, Zomergem en tussen Moerkerke en Damme. In de jaren zestig heeft men het sas in Damme opgegraven. Het geeft een zeer goed beeld hoe klein het eerste Vlaamse kanaal wel was.



Ivan De Vliegher
 

Marina - 3/09/2015

Uit de pen van de co-voorzitter - editie maart/april 2015

EEN LATE NIEUWJAARSWENS  
 
Een vieze vuile toverkol, een lelijke heks met behaarde wratten, dat was 2014. Achter een maskerade van jeugdigheid beloofde ze ons sprookjes van duizend en één nacht, gruwelijke sprookjes.
 


Alibaba- Boko Haram ontvoerde jonge meisjes van de schoolbanken naar de woestijn, een woestenij van analfabetisme en onwetendheid, de gruwel van een middeleeuws gedachtengoed.
 
Putain Poetin schoot een zilveren vogel uit de lucht. Onze noorderburen dwarrelden als verwelkte bloemen in de tarwevelden van de Oekraïne. Ze waren op weg naar stranden van smaragd. Of was het eerder heimwee, een stil verlangen naar hun koloniaal verleden. Max Havelaar, Saïdja en Adinda, een strompelende buffel in de moerassige rijstvelden. Zij kwamen terug in lange zwarte limousines onder aarzelend maar strijdbaar handgeklap.
 
En Jan met de hoed, Jan Hoet, jij nam ons mee naar zee en liet ons verweesd achter, als van “Het Lam Gods“ geslagen. Jij zette Gent op zijn kop met Chambre d’Amis en een nieuw museum. Hammen aan de zuilen van de universiteit, de Gentenaars in shock. Weinigen beseften toen hoe je met dezelfde passie en verwondering kon kijken naar een prehistorische rotstekening, het religieuze van de Vlaamse Primitieven of een hedendaagse installatie. Het wordt lang wachten op een nieuwe paus.
 
Wachtend op de allerlaatste bus, zo dicht bij ons, op de zomertocht, verliet Iris de Wak en de wereld. Eerst verwarring, ontreddering, maar dan een grote golf van solidariteit die ons overspoelde. Op zo een symbolische plek als een bushalte een laatste knipoog van Iris, alsof hij de vluchtigheid van het bestaan wou aantonen.
 


Ook zo dicht bij ons, tien jaar na de wolf van het Waasland, verdween “ De Vos” van het Meetjesland, niet op een groot podium maar in de anonimiteit van een klein appartementje. Kleine lieve piranha, Mia heeft het licht gezien, de middenstand regeert het land beter als ooit tevoren. Dag “Vos” van het Meetjesland.
 
Ik denk nu aan 2015, een maagdelijk onbeschreven blad. Het witte blad van de schrijver, soms een dwingeland, soms zelfs een nachtmerrie. Ik ben ervaringsdeskundige. Ook het witte blad van de tekenaar, de cartoonist met zijn scherp geslepen potlood. Een Kalashnikov AK 48 doorzeefde de droom van de “Verlichting”, het westerse ideaal van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid, het geloof van het goede in de mens, plotsklaps weggemaaid.
 
Wordt 2015 dan weer zo’n toverkol, een draak, een alles verslindend monster?
Laten we ons vooral niet kisten door angst, ons niet verschuilen in de loopgraven van ons grote gelijk, maar met open vizier de dialoog aangaan.
 
Als symbool voor 2015 kies ik voor een klein Pakistaans meisje, de kleine Malala, zelf slachtoffer van een aanslag. Ze is vooral een winnares, niet alleen van de Nobelprijs voor de vrede maar de morele winnaar op haar belagers.
Een sprankel hoop, een greintje wijsheid op deze blauwe aardkloot.
 
 
Ivan De Vliegher
 

Marina - 2/03/2015

Uit de pen van de voorzitter - editie jan/febr 2015



WATOU  
  
De wijzers op de witte kerk van Sleidinge staan op vijf voor zeven. Ik denk goed op tijd, maar de bus is reeds afgeladen vol en ik blijk weer eens de laatste te zijn.
Het mysterie van het “Sleins uur”. Met de vertrouwde Weidelbus bollen we richting Westhoek, 56 deelnemers, eentje heeft afgehaakt. Onzen André brengt de ochtendgroeten en lanceert zijn vaste instructies, waarbij stiptheid en goede afspraken een sleutelrol spelen. Gelukkig heb ik nu al betaald en word ik er dus geen zeven keer op attent gemaakt.
Na een uurtje rijden krijg ik de ruimte en de tijd om het dorpje Watou geografisch, geschiedkundig en toeristisch te duiden.
 Het dorp maakt deel uit van Poperinge, samen met o.a. Krombeke , Proven,Reningelst, Roesbrugge, Haringe, Abele. Net over de “schreve” grenst  het dorp aan Steenvoorde, Godewaertsvelde, Boeschepe, Houtkerke en Winnezele. De namen klinken alles behalve Frans, we bevinden ons dan ook in Frans-Vlaanderen, definitief in Franse handen na het verdrag van Nijmegen in 1713. Het was een bewuste politiek van Louis 14 onder impuls van Vauban (architect, vestingbouwer en raadsheer van de koning) om de noordergrenzen te versterken door het uitbouwen van een reeks versterkte steden. Na de slag bij Cassel (1675) zijn Veurne, Ieper, Menen, Doornik een tijd in Franse handen geweest en dus ook Watou. Vauban startte reeds met de bouw van kazematten in Ieper in 1685, het begin van de vesten rond de stad. Na het verdrag van Nijmegen zijn die steden terug onder beheer van de Spaanse Nederlanden gekomen.
 
Het dorp is in feite een gewoon boerendorp grenzend aan het Heuvelland, de Kemmelberg, Zwartenberg, Catsberg blinken aan de horizon. Hier is alles vlak tot zacht glooiend. De landbouw speelt er een hoofdrol. Toeristische bezienswaardigheden zijn dan ook beperkt. Er zijn prachtige 17eeuwse boerderijen waaronder de “Douviehoeve”, de kerk Van Sint-Jan de Doper uit de 12e eeuw, op het kerkhof een klein Engels militair kerkhof en her en der staan nog enkele omstreden Vlaamse grafstenen naar het ontwerp van Joe Englisch. In Haringe staat er een beeld van de
 “Blauwer”, de streektaal voor smokkelaar. Het lijkt misschien maar een detail maar de grenzen van toen waren hermetisch en dit verklaart ook meteen waarom welvarende middeleeuwse steden zoals Ieper en Veurne in die kleine Westhoek abrupt gestopt zijn in hun groei. Het blauwen was dan ook meestal economische noodzaak, een manier om te overleven.
Het dorp werd pas echt op de kaart gezet door Gwij Mandelinck. Tot 2008 organiseerde hij er de jaarlijkse poëziezomer, een confrontatie tussen plastische kunstenaars en schrijvers. Op het dorpsplein staat het profiel van Hugo Claus en een knotwilg met spiegel van Raveel. op een tiental meter van het Hommelhof waar het heerlijk toeven is. Het dorp werd voor veel liefhebbers, waaronder ikzelf, een soort zomers bedevaartsoord. Gwij Mandelinck had het briljante idee om een culturele confrontatie te organiseren net aan de grens met Frankrijk. Het dorp ligt even ver Van Parijs als van Amsterdam, is een van zijn uitspraken. Is dit waar of eerder een dichterlijke vrijheid?
De poëziezomer wordt nu door “P’ART” georganiseerd onder leiding van Jan Moeyaert.
 
De 56 Wakkers zijn fris wakker en monter en veroveren het dorpje. Na een wandeling door boerenland en bos bezetten we de lokale middenstandshuizen en instellingen. Er zijn hier twee brouwerijen op een bevolking van 1900 personen, kinderen en zuigelingen inbegrepen.
 
Vermoedelijk speelt de eerste wereldoorlog hier een rol. Watou lag achter het front en de brouwerijen zijn dus niet ontmanteld geweest zoals in de rest van bezet Vlaanderen wel het geval was.
 
Met  mijn gezelschap stoppen we aan het café van brouwerij Van Eecke. Een potige dame roept ons binnen: “Kom mao binn, w’en d’r hier nog wee.”
Naast het hommelbier heeft men een mooi gamma abdijbieren waarvan we de blonde versie wel kunnen smaken. De gelagzaal is ondertussen ingepalmd door de Wak. De Picon vloeit er stevig maar om drie uur stipt vertrek de bus richting Scherpenberg. We passeren links van ons brouwerij St-Bernardus, waar men een schitterende Bernardustripel maakt. Na een uitgelopen ommetje door Frankrijk kunnen we uiteindelijk ons voeten onder tafel steken en genieten van een lekkere copieuze maaltijd.
 
 
Ondertussen valt de avond over het panoramisch uitzicht, het is de eerste dag van het winteruur.
De tripel, de picon, de wandelkilometers eisen hun tol. Het is stil op de bus huiswaarts.
Voor iedereen het beseft zijn we in Sleidinge, ik scharrel mijn gerief samen en naar de auto. Op het einde van de Kerkstraat twijfel ik om via Wippelgem te rijden. Ik neem toch maar de Nieuwe weg, op de radio speelt zacht: “ Lieve kleine Pirahna.”
De maan schijnt door de bomen.
 
IVAN DE VLIEGHER
 
 
 

 
    
 
 
Marina - 23/12/2014

Uit de pen van de co-voorzitter - editie nov/dec 2014

HET VERDRONKEN LAND VAN SAEFTINGHE
 
De grillen en toevalligheden van de geschiedenis hebben het landschap en de mensen die er wonen gevormd. Daarom ook dat geschiedenis een van de boeiendste wetenschappen betreft. We wonen hier in het noorden van Vlaanderen in een grensgebied dat zo goed als zijn definitieve vorm kreeg in 1648, het einde van de tachtigjarige oorlog. Een oorlog tussen de Spanjaarden en de Nederlanden. De noordelijke gereformeerde republiek wordt definitief gescheiden van zuidelijke Spaanse Nederlanden, op een klein intermezzo na tussen 1815 en 1830. En misschien gelukkig maar! Een Antwerpse haven tot bij het Zwin is niet meteen een aanlokkelijke gedachte. De machinerie van de haven valt nu stil aan de grens. Zeeuws-Vlaanderen ligt er nu bij als onze prachtige voortuin, of achtertuin zo u het wenst. Een mix van water, natuur, landbouw en verstilde boerendorpen. Maar ook pittoreske stadjes als Hulst, Axel en Sluis benadrukken het Vlaamse karakter van de streek maar met een eigen Zeeuwse twist.
Een parel in die “tuin van Eden” is het verdronken land van Saeftinghe. Het is voor mij een bedevaartsoord geworden, niet in het minst omdat ik graag wandel op een zwaar modderig terrein. De rijke natuur, boeiende fauna en flora zijn een meegenomen surplus, maar het verhaal van de woelige geschiedenis intrigeert mij nog het meest.
Er is de het spel van eb en vloed en de eerste menselijke inbreng komt van schaapherders die bij laag tij hun kuddes laten grazen in het schor.
 
In de Middeleeuwen slibt het schor steeds hoger op en Vlaamse monniken beginnen met het inpolderen van het gebied. De rijke kleigrond, veeteelt, turfontginning en zoutwinning geven het gebied snel een zekere welstand.
Het slot van Saeftinghe, beheerst de omgeving en int tol op de scheepvaart naar Antwerpen. Het leven is er geconcentreerd in vier dorpen, Saeftinghe, Casuwele, Namen en Sint- Laureins. Door stormvloeden worden de dijken meermaals doorbroken maar de mens kan de strijd met de natuur redelijk in evenwicht houden. Het is de mens zelf die de ondergang van de polder bewerkstelligt. In 1584 worden de dijken doorstoken door de Staatse troepen in een poging om de Spaanse strijdkrachten buiten Antwerpen te houden. Helaas is er reeds in 1585 de val van Antwerpen met alle economische gevolgen van dien. De Zuidelijke Nederlanden vervallen in een van de donkerste episodes van de geschiedenis. Het verdronken land zal nooit meer ingepolderd worden onder meer door de tweede wereldoorlog. De bewustwording bij de bevolking inzake natuur en milieu in de zestig en zeventiger jaren maakt dat we nu een prachtig natuurgebied hebben van om en bij de 3600 hectaren en amper op een kwartiertje rijden.
 
Een tocht door het gebied met gids is ten zeerste aan te raden. Ik maak er ieder jaar een tocht met de “Karpervrienden”, een vissersclub met oog voor de natuur. We laten ons deskundig begeleiden door Eric, die ons door water en slijk loodst en op tijd en stond stilstaat bij het bijzondere en het typische van het schor.
We doorkruisen diepe geulen met het brakke water, we verzinken in het slib, we wandelen door het “Hondengat” en “De IJskelder”. De zilverreiger, de lepelaar, de scholekster, diverse eendensoorten en de koningen van het luchtruim, de bruine en de blauwe kiekendief komen in ons vizier. Specifieke planten die alleen gedijen in zoute of brakke omstandigheden zoals de zeeaster, melkkruid en lepelblad ontsnappen niet aan onze aandacht. Het spreekt voor zich dat laarzen of surfschoenen noodzakelijk zijn, ook uw zondags kostuum blijft best in de kast. In Emmadorp is er een prachtig bezoekerscentrum ingericht, je kan er reeds een beeld vormen van het oorspronkelijke oerlandschap van Zeeland.
 
Op wandelafstand van dit centrum is er een authentiek cafeetje waar oude foto’s en prullaria een mooi beeld geven van Saeftinghe voor de Deltawerken. De nostalgie druipt er van de muren, de bazin spreekt vrank en vrij het lokale dialect en serveert er de lekkerste gerechten van toen, zonder franjes en veel poeha. Zo heb ik het graag. De naam van het café is zeer origineel:” Het Verdronken Land.”
 
 
IVAN DE VLIEGHER                                     
 
                                                                                    Zin in een bezoek? Website: Saeftinghe.eu of tel 0114633110
 

Marina - 3/11/2014

Uit de pen van de co-voorzitter - editie sept/okt 2014 - Ieper/Ypres

Ieper, in een ver verleden ook wel Ieperen en vandaar ook de meervoudsvorm in het Frans, heeft een cruciale rol gespeeld in het verloop van de eerste wereldoorlog. De veldslagen in Verdun, aan de Somme en in en rond Ieper zijn bepalend geweest voor het verloop van de eerste industriële oorlog. Niet minder dan vier grote veldslagen hebben hier plaats gehad. Hier ook werd voor het eerst mosterdgas gebruikt en deze macabere gebeurtenis wordt levendig gehouden in de naam Yperiet. Majoor John Mc Cray, een Canadese dokter in dienst op een medische hulppost in Boezinge, schreef er naar aanleiding van de eerste gasaanval zijn beroemd gedicht, “ In Flanders Fields.”( blz. 27 ). Bijna iedereen denkt dat het hier gaat om een pacifistisch gedicht maar niets is minder waar. Het is een oproep om de toorts van de strijd brandend te houden en er voor te zorgen dat de duizenden doden en gewonden niet zinloos gevallen zijn. Er zit nog meer controverse in de tekst, namelijk de “poppies”(papavers) die uitgroeiden tot het symbool van de” Grooten oorlog”. De tere felrode bloemen die overal opschoten uit de omwoelde aarde staan wel in zeer groot contrast met de industriële oorlogsmachine die de mens reduceerde tot weerloos kannonnenvlees. De dikke Bertha’s met hun 420 millimetergranaten uit de Kruppfabrieken, de gassen geproduceerd door de nu nog vermaarde Duitse scheikundige industrie staan hier symbool voor. De stafchefs, de generaals, de sabelslijpers met militaire strategieën uit de Napoleontische tijden speelden met het leven van studenten, boerenzonen, arbeiders en dit langs beide zijden.
 
Tijdens de eerste slag bij Ieper werden jonge Duitse rekruten ingezet tegen de Engelse troepen. Zij waren geen partij voor de koelbloedige beroepsmilitairen die met stalen zenuwen hun moment afwachtten om de aanstormende linies met machinevuur weg te maaien. Het resultaat vind je op het Duits kerkhof van Langemark, ook bekend als het studentenkerkhof. Onder de massieve eiken liggen er weinig studenten maar veel jong volk van 18,19,20 jaar en zelfs nog jonger. In de stellingenoorlog was de verdediging, goed ingegraven in bunkers en loopgraven en gebruik makend van hindernissen in het landschap, meestal winnaar. Alhoewel men door de grote verliezen aan beide zijden nauwelijks van winnaars kan spreken.
 
Veldmaarschalk Sir Douglas Haig zou in de tweede slag om Ieper ook met deze realiteit geconfronteerd worden. Hij liet de Duitse stellingen ondermijnen via 22 schachten in de zware kleigrond. Nu honderd jaar later zijn de sporen nog zichtbaar in het landschap. Maar door zijn strategische blunder, hij wachtte nog enkele weken na het inferno om de beslissende aanval in te zetten, eindigde het offensief met nauwelijks  een 8-tal kilometer terreinwinst. Dit alles ten koste van 200000 mensenlevens.
 
Het resultaat van de grote en kleine veldslagen vind je terug op de “Menenpoort”. Deze poort ingebouwd in de vesten van Vauban (architect van Louis 14) is nog tijdens de oorlog ontworpen door Sir Reginald Blomfield. Op de muren staan 54896 namen van vermisten. Helaas bleek er te weinig plaats te zijn en heeft men de vermisten vanaf 15 augustus 1917 een plaats gegeven op de “ Wall of Rememberance” op Tynecot Cementary. Nog eens 33000 namen a.u.b.
 
Als ik na een bezoek aan het Flanders Fields museum naar de Menenpoort wandel, zo rond 19u 30, want om 20 uur stipt speelt men er de “Last Post, dan overvalt mij meestal een dubbel gevoel. Er is de confrontatie met mercantiele Ieperling die in de kleine boetiekjes militaire voorwerpen probeert te slijten aan de oorlogstoerist. Laat ons de wapens omsmeden tot ploegen, maar ik besef hoe naïef deze gedachte is. Anderzijds is er de slagkracht van het vestingstadje. Reeds tijdens de oorlog waren architecten, fotografen de oude monumenten aan het archiveren om op de puinhoop te heropbouwen. De Britten wilden graag de vernielde stad als monument bewaren, maar de wilskracht van de Ieperlingen bleek sterker.
 
IVAN DE VLIEGHER
 

Marina - 1/09/2014

1ste tocht Meetjesland maak het mee... - Oosteeklo

Zaterdag 25 januari
Volgens het weerbericht zou het weekend zaterdag en zondag er niet zo best uitzien, veel regen, storm...
Ik dacht aan vorig jaar, toen lag er zoveel sneeuw en lagen de wegen er zo gevaarlijk bij, het was een cerieuse tegenvaller... na een zo ongelofelijke start in 2011. Maar, het slechte weer, het zou veel later dan aangekondigd ons land bereiken en dat was een echte oppepper voor de organiserende club De Kwartels.

Er waren heel wat wandelaars op de been, niet minder dan 1620 deelnemers, en dit voor een mooi uitgestippeld parcours.
Er was nu ook wel een controle in de startzaal, waardoor het zaaltje soms wel even te klein was om zoveel mensen een natje en droogje te laten verorberen. Maar geen nood, op de volgende stop in de serre's was er voldoende plaats.
Juist één moeilijke hindernis was er te nemen op de lange afstanden, ofwel volgden we het pad niet zoals het hoorde...
Ofwel terugkeren ofwel een sprongske...
We waren er met 127 aanwezig.
Een schitterende start voor de 3de editie!
Marina - 27/01/2014

Nieuwjaarsreceptie 2014

Onze 4de Nieuwjaarsreceptie op zatderdag 18 januari was weer een schot in de roos!
's Middags stoomden we de zaal klaar om onze Wakjes te ontvangen, en de kookclub trof de nodige voorbereidingen voor de culinaire hapjes.
De eerste gasten stroomden om 18h00 binnen en stilaan hadden we een heuse familie met 170 wakjes.
Ondertussen werd het dessertenbuffet opgesteld met al het lekkers dat onze keukenprinsessen en keukenprinsen meebrachten. Waarvoor onze dank!
De bediening was in handen van ons vertrouwd voetbalteam dat ons op tijd en stond een natje en een droogje serveerden.

Het was een gezellige en aangename avond vol Nieuwjaarswensen en doorspekt met al onze goede voornemens en nieuwe projecten.
Omstreeks 22h00 sloten we de receptie af met niet anders dan kontente leden.
 
Marina - 27/01/2014

Uit de pen van de co-voorzitter - editie jan/febr 2014 - Naar de markt

Fleur, mijn hond springt in de wagen en vleit zich op het dekentje, ze kan net nog door het raam kijken. Ik rij over het oude bruggetje en verder langs het kanaal. De platanen weerspiegelen in het water. Een verschrikte reiger vliegt majestueus over de boomkruinen, een tiental meerkoeten fourageren tussen het riet aan de oever. Het vlakke polderlandschap van de grensstreek strekt zich voor mij uit. “Overslag” een wijk die te paard zit op de grenslijn.
De plek dankt zijn naam aan het feit dat er hier goederen werden overgeslagen van het ene schip op de vaart met brak water naar het andere op het riviertje m et zoet water. Café “Het Hoekje” is nog dicht, frituur “De Grenspost” verspreidt al een vettig geurtje.
 
Een paneel, Nederland omringd door Europese sterren, ik rij een ander land binnen. De huizen zijn er klein, de boerderijen groot, het wegdek biljartglad. Hier zijn de winters zachter of is er een andere oorzaak? Links zie ik een boerderij opdoemen, hier verkocht ik voor het eerst sproeistoffen aan een Hollandse boer, nu ruim 40 jaar geleden. De oude polderschuur met roodbruine baksteen is verdwenen en vervangen door zo een modern betonnen geval. Efficiënt, praktisch maar lelijk.
 
Zuiddorpe, een kleine leefgemeenschap van overwegend rooms-katholieke mensen. De hervormden wonen noordelijker, dicht tegen de Schelde aan omdat bij een belegering van Spaanse troepen een snelle evacuatie mogelijk was. De oude bomen omarmen elkaar boven de dorpsstraat. Langs weerszijden staan statige oude gebouwen, een beeld van een vissersvrouw tuurt naar de einder. Het dorp was ooit een van de vele mosselhavens in de streek. In café ”Oud Gemeentehuis” is er al licht.
 
Axel, ook al een voormalig havenstadje bruist van bedrijvigheid. Ik koop verse schol, in Vlaanderen heet dat pladijs.  Fleur krijgt een versgebakken kibbeling, het zijn kleine stukjes vis in deeg gerold en in vet gebakken. Nu wandelen we naar de “Graanbeurs”. Onderweg word ik meermaals aangesproken door mensen van alle slag, niet voor mijzelf maar Fleur blijkt een geheime aantrekkingskracht te hebben. Samen zijn we een soort van attractie op de markt. De ramen van het café zijn lichtjes aangeslagen, een houtvuur brandt er met een aangenaam geronk. Ik neem plaats aan de gelagtafel dicht bij de toog, Fleur legt zich op de donker verniste plankenvloer. Oude objecten herinneren aan de tijd toen hier de tarwe uit de omliggende polders werd verkocht. Tussen oude boeken en diverse prullaria is een uitbundige kerstversiering aangebracht. De toog is van kerselaar, drie koperen kranen als elegante zwanenhalzen steken er bovenuit. De espressomachine dampt en sist. Ik bestel het gewone recept. Anouk, Lydia en Hiske, drie jonge studentes zijn druk bezig.

In deze kakofonie van klanken en geuren zoek ik de rust en de eenzaamheid op. Ik grasduin in een lokale krant, observeer de omgeving, laat mijn fantasie de vrije loop.
Een oudere heer, een directeur op rust, neemt plaats naast mij. We praten over de Balkenendes, de Ruttens en de
Di Rupo’s van deze aardkloot. De onmacht van de kleine man in het Europa en de grote wereld. Wordt maar geboren als Griek of Portugees bedenken we. De wet van de sterkste, of hoe een verliezer van 60 jaar terug vandaag de winnaar blijkt te zijn. Zou dit een natuurwet zijn? Neen, volgens Darwin’s evolutietheorie is het niet de sterkste of de rapste maar de meest flexibele die het haalt. Zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden is een troef.
 
Ook zeer persoonlijke onderwerpen komen aan bod. De man werd verliefd op een jonge vrouw, hadden samen een kind, maar leeft nu gescheiden. Hij zorgt voor zijn zoontje van twee. Als de hormonen de bovenhand halen bedenken we.

Als uit het niets komt een klein meisje met Hollandse flair naar Fleur, ze laat het zich welgevallen. Haar jonge moeder staat naast mij, volledig in het zwart, alleen een rood rokje als kleurig accent. Mooi, denk ik. Maar ik laat de hormonen voor wat ze zijn en wenk Anouk. Ik bestel nog maar eens hetzelfde recept.  

Ivan De Vliegher
 




 
Marina - 14/01/2014

Verslag en info Eindejaarstocht zaterdag 28 december 2013

Meetjesland, een verborgen schoonheid.
Geschreven door Erwin De Smet op 28-12-2013

Het wandelcriterium "Meetjesland... maak het mee" is ondertussen bij heel wat wandelaars goed gekend. Of moet ik zeggen … goed gesmaakt … .
Het wandelcriterium bestaat uit 9 wandelingen waarbij de verschillende gebieden van het Meetjesland bewandeld worden.
9 wandelclubs staken, enkele jaren terug, eens de hoofden bij elkaar. Zo ontstond een criterium om de wandelaar de kans te geven deze mooie streek in al zijn facetten te ontdekken en te proeven. Want wie aan minimum 7 tochten deelneemt, ontvangt immers een origineel maar vooral smakelijk geschenk. Geen goedkope T-shirt, maar een fijnproeversmand met smakelijke Meetjeslandse streekproducten van o.a. Brouwerij Van Steenberge, Cavalier, Geldhof, Délimel, De Appelaere, Breydel, Slagerij Johan & Inge en Vital.

Voor mij echter is de slogan "Meetjesland, een verborgen schoonheid" de perfecte reden om af te zakken naar Sleidinge. Het is bovendien een stralende, zonovergoten winterdag en met 12 graden op de thermometer zou je haast gaan denken dat het alweer lente is. Sleidinge dus ... Wandelclub Al Kontent organiseert zijn eindejaarstocht wat tevens ook de 9de en laatste tocht is van het wandelcriterium 2013. Het hoeft dan geen betoog, met deze ingrediënten, dat heel wat mensen zijn afgezakt naar "Sleine". Sleidinge, of "Sleine" zoals ze het hier in de streektaal zo mooi noemen, is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Evergem.

Na de inschrijfformaliteiten begeef ik me op pad doorheen de verborgen schoonheid van het Meetjesland.
Er gaan verschillende legendes rond over waar de naam "Meetjesland" zou vandaan komen. Eén ervan spreekt over een doorreis van keizer Karel V.
Uit angst voor de gezonde seksuele appetijt van de keizer verborgen de inwoners hun dochters. De keizer zag alleen oude meetjes die zaten te spinnen voor hun deur. Dit zou de keizer de uitspraak ontlokt hebben dat dit het land was van de oude vrouwen (meetjes). Een andere verklaring is dat de naam wijst op de lange smalle reepjes grond (meetjes) die typisch voor de streek zijn. Ze werden systematisch afgegraven voor het winnen van turf.

De meest plausibele verklaring is gelinkt aan de enorme lijnwaadproductie in het Meetjesland van de 17e en 18e eeuw. Gent was in die tijd immers één van de belangrijkste lijnwaadmarkten van Vlaanderen. In Waarschoot waren er bijvoorbeeld 821 wevers actief, in Lovendegem 800. Om één wever aan het werk te houden waren minstens vier spinsters nodig. Spinsters waren vaak vrouwen, moeders en oude meetjes. Bij goed weer spon men buiten voor de deur, waardoor die meetjes heel zichtbaar waren. Het Meetjesland is echter niet alleen het land van de oude meetjes maar ook het land van de wilde boerendochters, ooit heel zoetgevooisd bezongen.

Even buiten het centrum van Sleidinge duiken we de velden in. Akkers, velden, meersen, hier en daar een hoeve en een enkele landerij. Het is het decor van deze tocht. Maar ook water... op sommige plaatsen veel water... Het parcours is dan ook op het laatste moment aangepast omwille van de slechte weersomstandigheden van de voorbije dagen. Dit maakt dat er gewandeld wordt op goed begaanbare wegen met weinig of geen modder. Op deze manier hebben we dus amper last van het vele water dat op de velden en akkers staat. Via de wijk "Hulleke" wandelen we voorbij de watertoren, daterend uit 1961, richting rustpost. Na de rustpost gaat het richting de Lieve. De Lieve is het oudste kanaal van Vlaanderen. Het werd reeds in de dertiende eeuw gegraven om Gent met de zee te verbinden. Het kanaaltje werd gebruikt door platbodems die getrokken werden door dieren of mensen vanop de zogenaamde trekweg. Toen het Zwin begon te verzanden, verloor de Lieve haar functie. Vandaag is de Lieve een natuurgebied, het jaagpad wordt vandaag enkel nog door fietsers en wandelaars gebruikt. Ook hier zijn de weidse velden en akkers een constante in het decor.

We wandelen verder en keren terug naar Sleidinge dorp. Op het dorpsplein staat de stemmige Sint-Joriskerk, bijgenaamd de "Sleinse Noalde"
(De Sleidingse Naald). De kerk dateert van 1260 en de kerktoren is de meeste spitse van heel Oost-Vlaanderen. Vlakbij ligt de tweede rustpost waar het even verpozen is met een lekkere Augustijn om nadien de tocht verder te zetten, tussen de velden door, in de richting van het waterspaarbekken van Kluizen. Het waterspaarbekken van 55 ha is omringd door een aarden dijk. Het is aangelegd in 1974 als bevoorradingsreservoir van drink- en industriewater van de Gentse kanaalzone. Het kan dagelijks 40.000 m3 zuiver water leveren. We laten het spaarbekken links liggen en wandelen nu terug richting aankomstplaats. Daar heerst nog steeds een gezellige drukte. Het is er napraten bij een lekkere Augustijn of heerlijk genieten van een smakelijke wafel.

Ondertussen kijkt iedereen al uit naar het wandelcriterium 2014. Met een wandeling op zaterdag 25 januari in Oosteeklo bijt de Asseneedse club "De Kwartels" de spits af. Daarna zijn achtereenvolgens Wandelclub Maldegem, Roal Benti uit Sint-Jan-in Eremo, De Trekvogels uit Boekhoute, Marchmannekes uit Waarschoot, De Lachende Wandelaars uit Aalter, Groep 't Singel uit Lembeke, Buitenbeentjes uit Landegem en Wandelclub Al Kontent (WAK) uit Sleidinge de organiserende verenigingen.

De rijkdom van het Meetjesland kan je het best leren kennen door te wandelen en ze hebben gelijk ook !!


 
Marina - 8/01/2014